Kort antwoord: Vakantiegeld is wettelijk minimaal 8% van je brutoloon en wordt meestal eind mei uitbetaald (uiterlijk 30 juni). Het wordt belast via het 'bijzonder tarief', zonder heffingskorting — daarom blijft er netto vaak minder over dan je verwacht. Bij een modaal inkomen houd je ruwweg 60 tot 65% netto over; bij hogere inkomens kan dat richting 50% zakken.

Eind mei staat bij veel mensen het vakantiegeld op de rekening. En bijna jaarlijks dezelfde verbazing: waarom blijft er netto zo weinig van over? Het antwoord is geen straf, maar een bewuste verrekening. Zo zit het.

Hoeveel vakantiegeld krijg je?

In de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is vastgelegd dat je minimaal 8% vakantiegeld krijgt over je brutoloon. Dat wordt opgebouwd over de periode van 1 juni vorig jaar tot en met 31 mei dit jaar. Verdien je bijvoorbeeld €3.000 bruto per maand, dan komt je vakantiegeld bruto uit op 12 × €3.000 × 8% = €2.880. In sommige cao's of contracten ligt het percentage hoger.

Wanneer wordt het uitbetaald?

De meeste werkgevers betalen het vakantiegeld samen met het meiloon, dus rond 21 tot 25 mei. Wettelijk moet het uiterlijk 30 juni op je rekening staan, tenzij je cao iets anders bepaalt. Jongeren met een bijbaan en uitzendkrachten krijgen het vaak maandelijks.

Waarom valt het netto tegen: het bijzonder tarief

Over je gewone maandloon krijg je heffingskortingen (algemene heffingskorting en arbeidskorting) die je belasting verlagen. Over eenmalige beloningen zoals vakantiegeld, een bonus of een dertiende maand geldt het bijzonder tarief — en daar zit geen heffingskorting op. Daardoor wordt er relatief méér ingehouden dan over je salaris. Het percentage hangt af van je fiscale jaarloon van vorig jaar (2025): hoe hoger je inkomen, hoe hoger het bijzonder tarief.

Het is dus geen extra belasting, maar een voorheffing: het voorkomt dat je bij je aangifte ineens flink moet bijbetalen omdat het extraatje je in een hogere schijf duwt.

Een voorbeeld

Volgens een indicatie van het Nibud blijft bij een bruto maandloon van €2.000 ongeveer €1.250 netto vakantiegeld over. Bij €3.000 bruto per maand gaat het om ruwweg €1.650 tot €1.800 netto, afhankelijk van of de loonheffingskorting wordt toegepast. Bij hogere inkomens kan het nettopercentage richting 50% zakken.

Krijg je te veel ingehouden belasting terug?

Dat kan. Loonheffing is een voorheffing; de definitieve afrekening volgt bij je aangifte inkomstenbelasting over 2026 (in het voorjaar van 2027). Is er over het jaar te veel ingehouden, dan krijg je dat terug. Is er juist te weinig ingehouden — wat bij wisselende inkomens kan gebeuren — dan betaal je bij. Op de site van de Belastingdienst vind je de actuele tabel bijzondere beloningen.

Vakantiegeld over een uitkering of AOW

Ook met een uitkering of AOW heb je recht op vakantiegeld. Het UWV keert 8% van je bruto-uitkering uit; de SVB betaalt AOW-gerechtigden in mei een vast bedrag aan vakantiegeld. De precieze bedragen verschillen per regeling.

Slim besteden in plaats van laten verdampen

Steeds meer mensen gebruiken hun vakantiegeld niet voor vakantie, maar om een buffer op te bouwen, schulden af te lossen of te sparen. Een paar honderd euro op een spaarrekening met goede rente of in je noodfonds doet meer voor je rust dan een impulsaankoop. Houd er wel rekening mee dat spaargeld meetelt in box 3 — lees hoeveel belasting je over je spaargeld betaalt.

De nettobedragen zijn indicaties van het Nibud en hangen af van je persoonlijke situatie. Voor een exacte berekening gebruik je de gegevens op je loonstrook of de tabellen van de Belastingdienst.