De spaarrente stijgt weer. Na jaren van magere rentes — en zelfs een periode waarin sparen je bijna geld kostte — kun je in juni 2026 op een gewone spaarrekening weer een fatsoenlijk rendement krijgen. De directe aanleiding: de Europese Centrale Bank verhoogde op 11 juni 2026 de rente, en banken volgden razendsnel.

Maar er is een addertje: lang niet elke bank geeft die hogere rente automatisch door. Het verschil tussen de zuinigste en de gulste bank kan je honderden euro's per jaar schelen. Hier lees je wat er speelt en wat je nu het beste kunt doen.

Kort antwoord: de spaarrente stijgt na de ECB-renteverhoging van 11 juni 2026, maar lang niet elke bank geeft dat door. Grootbanken blijven vaak rond 1,25% steken, terwijl andere banken tot rond de 3,4% bieden. Op €25.000 scheelt dat al snel ruim €500 per jaar. Vergelijk je rente en stap over als je onder de markt zit — let wel op het depositogarantiestelsel tot €100.000.

2,25%
Nieuwe ECB-rente
tot ~3,4%
Hoogste spaarrentes nu*
~1,25%
Veel grootbanken nog steeds

*Bij commerciële vergelijkers en buitenlandse banken; tarieven wisselen per dag en per bank. Altijd zelf controleren.

Waarom stijgt de spaarrente nu?

De spaarrente die je bank je geeft, hangt sterk samen met de rente die de ECB hanteert. Toen de ECB op 11 juni 2026 de depositorente verhoogde naar 2,25%, was dat het startschot voor banken om hun spaarrentes aan te passen. Veel banken liepen daar zelfs al op vooruit: in de weken vóór het besluit verhoogden verschillende spaarbanken hun rente al, omdat de markt de stap zag aankomen.

Lees meer over wat het ECB-rentebesluit precies inhoudt en wat het verder voor je geld betekent.

Het probleem: niet elke bank doet mee

Hier wringt het. De grote Nederlandse banken — ING, Rabobank, ABN AMRO — zijn berucht traag en zuinig met het doorgeven van rentestijgingen. Terwijl de ECB-rente op 2,25% staat, geven sommige grootbanken nog steeds rond de 1,25% op een gewone spaarrekening. Kleinere Nederlandse spaarbanken en buitenlandse banken binnen de EU bieden vaak meer.

Waarom doen de grootbanken dit? Simpel: ze hebben genoeg spaargeld en voelen weinig druk om klanten te lokken met hoge rentes. Dat hebben we eerder uitgelegd in ons artikel over waarom Nederlandse banken hun spaarrente laag houden.

Wat dit concreet kost: stel je hebt €25.000 spaargeld. Bij 1,25% krijg je €312 rente per jaar. Bij 3,4% is dat €850. Het verschil — ruim €530 per jaar — laat je simpelweg liggen door bij de verkeerde bank te blijven. En overstappen kost je hooguit een half uurtje.

Wat kun je nu doen?

Sparen of beleggen?

Nu sparen weer iets oplevert, is de verleiding groot om al je geld op de spaarrekening te laten staan. Toch blijft het onderscheid belangrijk. Spaargeld is ideaal voor je noodfonds en geld dat je binnen enkele jaren nodig hebt. Maar voor de lange termijn levert beleggen historisch gezien meer op, ook al staat de spaarrente nu hoger.

Een verstandige vuistregel: houd een buffer op een spaarrekening met goede rente, en beleg het geld dat je echt lang kunt missen.

En als de rente weer daalt?

Dat kan. De huidige stijging komt door tijdelijk hoge inflatie. Daalt de inflatie weer, dan kan de ECB de rente later opnieuw verlagen, en dan zakken ook de spaarrentes. Wil je je nu indekken tegen een toekomstige daling? Dan kan een spaardeposito met een vaste rente over een langere periode aantrekkelijk zijn — je legt de huidige, hogere rente dan vast.

Gebruik de rekentool hieronder om te zien hoeveel je per jaar misloopt of wint door over te stappen naar een betere rente.