De Wet toekomst pensioenen is ingegaan op 1 juli 2023. Het is de grootste hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel in tachtig jaar. En toch weten de meeste mensen nauwelijks wat er is veranderd, laat staan wat het voor hen betekent.

Dat is begrijpelijk: het pensioenstelsel is ingewikkeld, de communicatie van pensioenfondsen is notoir ondoordringbaar, en de verandering raakt je pas over twintig of dertig jaar direct. Maar begrijpen wat er verandert, is nu belangrijk, zodat je kunt bijsturen als dat nodig is.

Hoe werkte het oude systeem?

In het oude systeem bouwden werknemers pensioen op in een collectieve pot. Je wist van tevoren wat je pensioen zou worden: een vast percentage van je gemiddeld verdiende loon, voor elk jaar dat je werkte. Dit heet het "uitkeringsovereenkomst" of defined benefit-systeem. Zekerheid, klinkt goed. Maar er zat een groot probleem in.

Pensioenfondsen moesten genoeg in kas hebben om alle toekomstige uitkeringen te kunnen betalen. Bij tegenvallende beleggingsresultaten of lage rente moesten ze hun reservebuffer aanvullen. Dat betekende hogere premies, of in het ergste geval: kortingen op lopende pensioenen. De afgelopen vijftien jaar zijn meerdere grote fondsen tegen de grens van korten aangelopen. Jongere deelnemers profiteerden maar beperkt van goede beleggingsjaren, die winst ging grotendeels naar de collectieve buffer.

Wat is er veranderd?

In het nieuwe systeem gaat elk pensioenfonds over naar een "premieovereenkomst", ook wel defined contribution genoemd. Het grote verschil: in plaats van een vaste uitkering te beloven, belooft het fonds een vaste premie-inleg. Wat die inleg uiteindelijk waard is bij pensionering, hangt af van de beleggingsresultaten.

Voor elke werknemer wordt nu een persoonlijk pensioenvermogen bijgehouden. Jij hebt een eigen potje, niet één grote collectieve pot. Als de beurs goed presteert, groeit jouw potje. Als de beurs slecht presteert, groeit het minder of krimpt het. Je pensioen is daarmee variabeler geworden.

Het nieuwe stelsel geeft je meer transparantie: je ziet je eigen potje groeien. Maar het geeft je ook meer risico: er is geen gegarandeerd bedrag meer.

Wat zijn de voor- en nadelen?

Voordelen. Transparantie: je ziet precies hoeveel pensioen je hebt opgebouwd. Eerlijker voor jongeren: goede beleggingsjaren worden nu direct bijgeschreven op jouw potje in plaats van in een collectieve buffer. Pensioenvermogen dat je zelf opbouwt, kan niet meer worden afgesnoept voor de tekorten van anderen. Hogere verwachte uitkering: pensioenfondsen kunnen met meer beleggingsrisico hogere rendementen najagen, wat op lange termijn kan leiden tot hogere pensioenen.

Nadelen. Variabiliteit: je pensioen staat niet meer vast. In slechte beleggingsjaren kan je uitkering dalen, ook als je al met pensioen bent. Ouderen die al dicht bij pensionering zitten, zijn kwetsbaarder voor marktschommelingen. Complexiteit: het nieuwe systeem is ingewikkelder dan het oude, ondanks alle communicatie-inspanningen.

Wat betekent dit voor verschillende groepen?

Jonge werknemers (20-40 jaar): over het algemeen goed nieuws. Je beleggingshorizon is lang, je profiteert van goede beleggingsjaren, en je hebt tijd om schommelingen op te vangen. Het nieuwe systeem werkt in jouw voordeel.

Werknemers vlak voor pensioen (55-67 jaar): meer risico. Je potje heeft minder tijd om te herstellen van een slechte periode. Pensioenfondsen bieden bescherming via lifecycle-beleggen. Naarmate je ouder wordt, beweeg je automatisch naar veiligere beleggingen. Controleer of jouw fonds dit doet.

Gepensioneerden: uw pensioen kan in het nieuwe systeem stijgen in goede jaren, iets wat in het oude systeem vaak niet mogelijk was. Maar het kan ook dalen. De mate van variabiliteit verschilt per fonds.

Wat moet je concreet doen?

Stap 1: log in op MijnPensioenoverzicht.nl en bekijk je nieuwe pensioenprognose. Pensioenfondsen zijn verplicht om je jaarlijks te informeren over je verwacht pensioen in het nieuwe systeem.

Stap 2: check welke overstapperiode jouw pensioenfonds hanteert. Niet alle fondsen zijn al overgestapt; de transitie loopt door tot 2028.

Stap 3: kijk of je pensioenfonds een lifecycle-model aanbiedt en of je hiervoor bent ingeschreven. Als je 50+ bent, wil je dat je beleggingen geleidelijk defensiever worden naarmate je de pensioendatum nadert.

Stap 4: overweeg pijler 3 aanvulling als je twijfelt of het pensioenresultaat voldoende is. Meer variabiliteit in pijler 2 betekent dat een eigen buffer in pijler 3 meer waarde krijgt als zekerheid.