Kort antwoord: Als de beurs daalt, is de belangrijkste regel: doe meestal niets. Paniekverkopen is de duurste fout die beleggers maken, want je zet een tijdelijk verlies om in een echt verlies en mist het herstel. Blijf je bij je plan en beleg je met geld dat je jaren niet nodig hebt, dan is een daling geen ramp — soms zelfs een kans om goedkoper bij te kopen.

Iedereen belegt graag als de koersen stijgen. De echte test komt als het rood kleurt. Wat je dan doet, bepaalt je rendement meer dan welke aandelenkeuze ook. Dit werkt wél — en dit juist niet.

Waarom paniek zo duur is

Een dalende beurs voelt als geld verliezen, maar zolang je niet verkoopt, is je verlies alleen op papier. Verkoop je in paniek, dan maak je het verlies echt én sta je aan de zijlijn als de markt herstelt. En dat herstel komt historisch gezien altijd — al weet niemand wanneer. De grootste stijgingsdagen liggen vaak vlak na de grootste dalingen. Wie er dan uit stapt, mist precies die dagen.

Historisch leverde een breed gespreide aandelenportefeuille op de lange termijn gemiddeld ruwweg 6 tot 8% per jaar op — inclusief alle crashes onderweg. Rendement uit het verleden is geen garantie, maar het patroon is duidelijk: tijd in de markt verslaat het timen van de markt.

Wat je wél doet

Blijf bij je plan. Beleg je maandelijks een vast bedrag (dollar-cost averaging)? Ga daar gewoon mee door — bij lagere koersen koop je automatisch meer voor je geld. Blijf gespreid. Een wereldwijde indexfonds of ETF vangt klappen beter op dan een paar losse aandelen. Zet je horizon vast. Geld dat je pas over tien jaar of later nodig hebt, kan een daling makkelijk uitzitten.

Wat je niet doet

Niet in paniek alles verkopen. Niet dagelijks je portefeuille checken — dat voedt alleen de stress. Niet 'even wachten tot het weer stijgt' om dan in te stappen (dat is timing, en dat lukt vrijwel niemand). En beleg nooit met geld dat je op korte termijn nodig hebt of met je noodfonds.

De rol van een goede buffer

Juist een dalende markt laat zien waarom een noodfonds zo belangrijk is. Heb je een buffer van drie tot zes maanden vaste lasten, dan hoef je je beleggingen nooit gedwongen op een dieptepunt te verkopen. Zo bepaal jíj wanneer je verkoopt, niet de omstandigheden. Meer over dat evenwicht lees je in hoeveel spaargeld je nodig hebt.

Beleggen brengt risico's met zich mee; je kunt (een deel van) je inleg verliezen. Dit artikel is informatief en geen beleggingsadvies. Lees over risico's op de site van de AFM en beleg alleen met geld dat je kunt missen.